Leidingen, lozingen en kabels in het singelplantsoen

Stichting Behoud Lepelenburg e.o

2e C O N C E P T
Het is bekend dat de aanwezige infrastructuur van nutsvoorzieningen in het singelplantsoen grote schade aan het singelplantsoen heeft aangericht en – bij ongewijzigd beleid – uiteindelijk tot volledige vernietiging van het singelplantsoen zal leiden. Er dient toegewerkt te worden naar een situatie waarin kabels, leidingen en lozingen, met een haakse hoek het singelplantsoen kruisen en – globaal – onder de straat aan de binnenzijde worden verder geleid. Hierop zijn enkele uitzonderingen nodig, waar we hieronder nog bij stil zullen staan.

1. Leidingen, lozingen en kabels (kortom nutsvoorzieningen)
Als we over leidingen, lozingen en kabels spreken bedoelen we daarmee de gehele verzameling van buisdraadleidingen voor het transport van gas, water, heet water (stadsverwarming), geloosd afvalwater (riolering), alsook de draadleidingen voor radio en televisie, telefonie, datatransport (deels ’verpakt’ in enigszins flexibele buisleidingen) en voor overige communicatie. Voor zover aanwezig ook de kabels van meetnetten. Indien er nog andere leidingen, lozingen of kabels in de bodem aanwezig zijn die hier niet zijn genoemd, dienen die ook meegerekend te worden.

2. Noodzaak van inventarisatie.
Mogelijk is het bij gemeente en nutsbedrijven bekend waar de in gebruik zijnde leidingen, lozingen en kabels precies liggen. Indien dat niet of onvoldoende bekend is dient zo spoedig mogelijk een volledige en precieze inventarisatie plaats te vinden. De aanwezige of gewenste voorzieningen voor de brandweer dienen in deze inventarisatie betrokken te zijn.

3. Voorzieningen voor woningen en gebouwen die in het singelplantsoen gelegen zijn.
Het spreekt bijna voor zich dat woningen en gebouwen die in het singelplantsoen zijn gelegen aangesloten moeten zijn op de voorzieningen die zijn bedoeld onder 1. Die voorzieningen zijn nu ondergronds aangelegd en zullen dat ook in de toekomst moeten blijven.De gewenste route voor de toekomst van leidingen, lozingen en kabels dient die route te zijn die het optimum vormt tussen enerzijds het belang van het behoud van het singelplantsoen en zijn beplanting en anderzijds de technische eisen die redelijkerwijs aan bedoelde infrastructuur gesteld moet worden. (Bedrijfs)economische factoren kunnen ook een rol spelen, maar dienen ondergeschikt te zijn aan het belang van behoud van het singelplantsoen.

4. Openbare verlichting in het singelplantsoen, waterleiding en elektriciteitsvoorziening ten behoeve van onderhoud, eventueel ook ten behoeve van de brandweer.
In het singelplantsoen dient openbare verlichting te zijn. Voor het onderhoud van het singelplantsoen zullen op een aantal plaatsen watertappunten, c.q. waterslangaansluitpunten moeten zijn. Mogelijk wil de brandweer hier en daar brandkranen of brandslangaansluit-punten hebben. Ook dan is van toepassing het vermelde in de tweede alinea van 3.

5. Nutsvoorzieningen voor het centrumgebied binnen de singels. Het centrumgebied als doorvoergebied van nutsvoorzieningen voor andere wijken.
De infrastructuur voor de nutsvoorzieningen kruist deels het singelplantsoen en loopt deels min of meer in lengterichting door het singelplantsoen. Bij aanleg en onderhoud van de infrastructuur die in lengterichting door het singelplantsoen loopt is in het algemeen aanzienlijke schade aan de bodemstructuur en de beplanting van het singelplantsoen veroorzaakt. Een deel van de schade, met name die aan bomen, blijkt pas na enige jaren. Omdat er vaststaat dat er in de toekomst voortdurend onderhoud, vernieuwing, uitbreiding en dergelijke zal moeten plaatsvinden, dienen bedoelde voorzieningen met het oog op het behoud van het singelplantsoen uit datzelfde singelplantsoen te verdwijnen.

Ook vanuit het gezichtspunt van behoud dient het aantal ’oversteekpunten’, de plaatsen waar de nutsvoorzieningen door de (gracht)bodem heen het singelplantsoen oversteken, zo beperkt mogelijk te zijn. Dat kan worden bereikt door
a. de doorvoer van nutsleidingen ten behoeve van andere wijken door het kwetsbare centrumgebied te beperken, in en plaats daarvan omleidingsroutes in gebruik te nemen,
en
b. de nutsleidingen die een functie vervullen voor het centrumgebied te concentreren op een zo gering mogelijk aantal oversteekpunten. Bij de keuze van de oversteekpunten dient gelet te worden op een goede afweging tussen het belang van behoud van het singelplantsoen en parkarchitectonische overwegingen enerzijds en technische en financiële overwegingen met betrekking tot de infrastructuur anderzijds.

De nutsleidingen, eenmaal het singelgebied overgestoken, zullen niet altijd en allemaal de eerste de beste centrumstraat ingeleid worden, zoals dat nu ook niet het geval is. Nu worden ze voor een niet gering deel min of meer in lengterichting door het singelplantsoen geleid. De toekomst moet zijn dat zij binnen de singelgordel parallel aan het singelplantsoen verder geleid worden, in bijna alle geval buiten de kroonprojectie van de aanwezige bomen. Dat zal dan bijna steeds onder de weg- en/of trottoirverharding moeten zijn. Momenteel ligt onder weg of trottoir op die plek een wirwar van leidingen en kabels. Deze wirwar is niet ontworpen, maar op basis van laissez-faire ontstaan. Het punt waarop dit zo niet langer kan en achteraf reconstructie gerealiseerd moet worden begint langzaam nabij te komen. Er zijn al vakcongressen over deze problematiek georganiseerd. Dit geeft extra kansen om de kabels- en leidingen uit het singelplanstoen te krijgen.

6. Moeilijkheden op de weg van de huidige naar de gewenste situatie.
Het is vrijwel ondenkbaar dat de gewenste situatie zonder bezwaren en tegenwerking van de eigenaren en beheerders van de infrastructuur bereikt kan worden. Zij vinden de huidige situatie comfortabel: er kan goedkoop en feitelijk bijna onbelemmerd in het singelplantsoen gespit worden. Bij een aanpak van de problematiek van kabels en leidingen dient dan ook geanticipeerd te worden op bezwaar en tegenwerking.
Bij de behandeling van bezwaren zullen van de zijde van ’de infrastructuur’ technische en financiële elementen in discussie ingebracht worden. Van gemeentezijde zullen onder andere ingebracht worden het belang van behoud van het singelplantsoen en parkarchitectonische overwegingen, welke laatste er toe zullen leiden bepaalde plaatsen wel en andere juist niet als ’oversteekplaats’ voor nutsleidingen aan te wijzen.

Indien goed overleg niet overeenstemming leidt, zal het geschil uiteindelijk binnen het bij de rechter beslecht worden. Met deze juridische aspecten moet de gemeente van meet of aan rekening houden en daar dan ook verkenningen op verrichten, of beter nog laten verrichten daar het gemeentelijk apparaat daar weinig voor toegerust is. Iedere bieding en tegenwerping in het onderhandelingsproces kan later in een juridisch geschil van belang blijken. Daarom moet elke te zetten stap tevoren bekeken worden in het perspectief van een eventueel later juridisch geschil.

Mogelijk zal een studie van dit onderwerp (waarvoor een inventarisatie van de relevante regelgeving en een inschatting van de juridische positie van de gemeente als bestuursorgaan zeker noodzakelijk is) er toe moeten leiden dat er voorafgaande aan onderhandelingen met nutsbedrijven eerst een goed doortimmerd beleidsplan[1] vastgesteld moet worden, eventueel geflankeerd met gemeentelijke verordeningen. De positie van de gemeente kan daarmee versterkt en de bewegingsruimte van de nutsbedrijven wat beperkt worden.

Ook dient gelet te worden op eventuele verzelfstandigde gemeentediensten die als stoorzender in het proces kunnen fungeren, zoals het Parkeerbedrijf dat is als het gaat om het opheffen van parkeerplaatsen in het singelplantsoen[2].
Indien zulke potentieel storende verzelfstandigde gemeentediensten er zouden zijn (de beheerder van de gemeentelijke rioleringen?), is het zaak om hen bestuurlijk en politiek hun plaats te wijzen.Indien en voor zover de gemeente aandeelhouder is van de nutsbedrijven kan bezien worden of die positie gebruikt kan worden om de beleidsombuiging beter aanvaard te krijgen.
Naast de ergernis dat de gewenste toekomstige situatie tot gevolg heeft dat de nutsbedrijven hun ’zandbak’ waarin ze bijna vrijelijk kunnen scheppen kwijtraken, kunnen er aan de zijde van die bedrijven ook bezwaren van technische en/of financiële aard zijn die een probleem vormen. Het is niet geheel ondenkbaar dat de gemeente de nutsbedrijven tegemoet-komingen zal moeten doen waaraan een prijskaartje hangt. De nutsbedrijven kunnen in elk geval wijzen op een zeker gewoonterecht dat hen heel veel ruimte bood. Inperken daarvan moet met grote zorg en voorzichtigheid gebeuren en waar het wringt zullen mogelijk tegemoetkomingen nodig zijn.
Om velerlei redenen, waarvan kostenredenen niet de minste is, zal de gewenste toekomstige situatie bereikt moeten worden via een veeljarige weg, waarvan de lengte medebepaald zal zijn door de afschrijvingsduur van de thans in het singelplantsoen begraven infrastructuur. Kortom we hebben hier te maken met een gecompliceerd onderhandelingsterrein en onderhandelingsproces, waarvoor onderhandelingskennis en -vaardigheden nodig zijn die – gelet op de vele débacles die er al geweest zijn – waarschijnlijk binnen de gemeente niet aanwezig zijn.

7. Gewenste resultaten van onderhandeling.
De onderhandelingen moeten als minimumresultaat hebben:
a. welomschreven tracés waarbinnen, met uitsluiting van alle andere mogelijkheden, de nutsvoorzieningen het singelplantsoen kruisen,
b. welomschreven tracés aan de binnenzijde van de singelgordel waarbinnen de nutsvoorzieningen volgens te stellen regels begraven mogen worden, tracés die de kroonprojecties van de bomen zo veel mogelijk mijden,
c. welomschreven tracés waarbinnen de infrastructuur voor de weinige gebouwen en woningen in het singelplantsoen en voor het singelplantsoen zelf (verlichting, wateraansluitingen en elektra-aansluitingen) gelegd wordt,
d. een vernuftige, rationele indeling en inrichting van de onder a, b en c bedoelde tracés waardoor herstel, onderhoud en vervanging van de infrastructuur in zo kort mogelijke tijd, met zo weinig mogelijk kosten en hinder gerealiseerd kan worden.

——————————————————————————-
[1] Te onderscheiden van een beheersplan dat beschrijft wat men doet (meestal omdat men het altijd zo doet). Een beleidsplan geeft aan waar men op wil uitkomen en waarom en geeft criteria en normen waaraan de diverse beoogde handelingen en ingrepen getoetst kunnen worden. Het vormt een solide basis voor een verordening.
[2] Het Parkeerbedrijf – waarvan de gemeente nota bene eigenaar is – heeft een zekere omzet- en winstdoelstelling, waaraan gemeentelijke beleidsplannen met en bredere scope vaak ondergeschikt gemaakt worden, alsof het Parkeerbedrijf een hoger doel dient.

Dit bericht is geplaatst in Berichten, Singelgebied. Bookmark de permalink.