VERSLAG GESPREKSAVOND Seniorenhuisvesting – 20 juni 2007

Bijeenkomst:
Presentatie WOONWENSENONDERZOEK senioren in de Binnenstad van Utrecht

Datum bijeenkomst:
Woensdag 20 juni 2007, 19.30 tot 22.00 uur

Locatie:
Lutherse Kerk, Hamburgerstraat 9, Utrecht

Aanwezig:
Vertegenwoordigers van: politiek (o.a. wethouders Cees van Eijk en Harrie Bosch), ambtenaren, de zorg, wonen, bewoners (respondenten), werkgroepen Wonen Welzijn Zorg, Senioren Actief, leden wijkraad Binnenstad;onderzoeksbureau Labyrinth

Gespreksleider:
Klaas Wiertzema, Erasmus Universiteit Rotterdam

Verslag door:
Marja van Steijn-Verweij, Tekstbureau Talent (info@tekstbureautalent.nl) N.B. In het verslag zijn voorzover bekend voornamen gebruikt.

1. Opening, door de voorzitter van Wijkraad Binnenstad, Han van Dobben Wijkraadvoorzitter Han van Dobben opent de bijeenkomst en heet allen welkom, met name de wethouders Van Eijk (binnenstad, welzijn) en Bosch (ruimtelijke ordening en huisvesting), gespreksleider Klaas Wiertzema en Nathan Rozema, de directeur van onderzoeksbureau Labyrinth.

Wijkraad Binnenstad heeft deze avond georganiseerd naar aanleiding van een wijkraadpleging over Woonwensen van (toekomstige) senioren in de Binnenstad van Utrecht.

De wijkraadpleging is uitgevoerd door onderzoeksbureau Labyrinth. Nathan Rozema krijgt het woord om de uitkomsten van het onderzoek door te nemen.

2. Uitkomsten van het onderzoek naar woonwensen van (a.s.) senioren in de binnenstaddoor Nathan Rozema, Labyrinth

Aanleiding van het onderzoek is geweest dat er gesignaleerd werd dat er veel 50+ers in de binnenstad wonen, terwijl het vermoeden bestond dat er op termijn onvoldoende geschikte huisvesting voor ouderen zou zijn. De wijkraad en anderen waren benieuwd welke woonwensen er over tien tot vijftien jaar in de binnenstad zullen zijn. De meeste woononderzoeken vinden plaats op basis van verhuisgeneigdheid, maar in dit onderzoek is een stap verder gekeken.

Woonwensen van ouderen veranderen, vanwege hun woonsituatie. Velen wonen nu in eensgezinswoningen (38%), terwijl 24% in een appartement woont. 29% woont in een appartement zonder lift.

In de binnenstad zijn veel oude woningen; relatief veel 50+ers hebben een koopwoning (in heel Utrecht is dat 48% maar in de binnenstad is dat 64%). Relatief wonen zij in dure koopwoningen (19% woont in een woning tussen de 300.000 en 500.000 euro).

Er wordt beperkt gebruik gemaakt van hulp aan huis: 5% maakt gebruik van thuiszorg, en 3% van medische of verpleegkundige zorg. 4% heeft een aangepaste woning (mensen van 75+) en 21%heeft een nultredenwoning.

Hoeveel mensen hebben er gereageerd? De totale populatie van de seniorenhuishoudens in de binnenstad is ongeveer 3000. Daarvan heeft ruim 20% gereageerd, via internet, of via telefoon.

Conclusie

Een relatief grote groep van 50 jaar en ouder woont in de binnenstad: de hele stad 'vergroent', maar de binnenstad vergrijst. Deze 50+ers hebben grote binding met de binnenstad en zijn tevreden over hun huidige woonsituatie. De meesten willen er lang blijven, maar vrezen dat ze uiteindelijk weg zullen moeten. Maar slechts 4% van hen wil ook verhuizen. Trek je dat door, dan zijn er 800 huishoudens die waarschijnlijk binnen 15 jaar moeten verhuizen, en 400 die zeker binnen 15 jaar moeten verhuizen. (N.B. Een huishouden kan bestaan uit één of meerdere personen.)

Vertrekken kan nodig zijn, omdat de woning niet is afgestemd op ouderen; de woonomgeving vormt geen probleem. Bij de vertrekkers is er een grote interesse in huurwoningen, veelal tot de huurtoeslaggrens van 615 euro per maand; er is ook zeker interesse om te kopen.

Vanuit alle woningtypen is er veel vraag naar nultredenwoningen of appartementen met lift. De interesse om in de binnenstad te blijven wonen is groot.Stationsgebied: ongeveer de helft van de vertrekkers die bekend zijn met het plan heeft interesse om in het stationsgebied te gaan wonen.

Er is ook gekeken naar de aanbodkant:
- er zijn zeer weinig geschikte woningen voor senioren in de binnenstad (te weinig nultredenwoningen en appartementen met lift om aan de vraag te voldoen); 87 woningen zijn gelabeld door Mitros maar de vraag is tweemaal zo groot;
- nieuwbouw alleen in het stationsgebied is onvoldoende om aan de vraag van senioren te voldoen;
- geen concreet huisvestingsprogramma van het college over senioren in de binnenstad.

Conclusie n.a.v. discussiebijeenkomst met respondenten:
Enige tijd geleden heeft die bijeenkomst plaatsgevonden. Mensen die aan het onderzoek hadden meegedaan waren uitgenodigd daar nader over door te praten.
- Aanpassingen van woningen zijn gewenst maar niet altijd mogelijk.
- Er wordt geen rekening gehouden met levensloopbestendigheid bij nieuwbouwprojecten in de binnenstad.
- Zorg in de nabijheid wordt belangrijk als mensen ouder worden (denk aan woonservicezone, zorgverleners geconcentreerd, toegankelijkheid en bereikbaarheid).
- Aandacht voor welzijn: ontmoeten is minstens zo belangrijk. Veel senioren wonen in de binnenstad omdat ze de diversiteit zo belangrijk vinden, het aspect van de ontmoeting willen ze niet missen.
- Intramurale zorg en zelfstandig wonen in de binnenstad: seniorenwoningen met voorrang toewijzen aan senioren van de binnenstad.
- Weinig aandacht voor senioren als doelgroep (projectontwikkelaars/gemeente/corporaties). – Stationsgebied: betaalbaarheid woningen? Te eenzijdig? Te anoniem?- Toegankelijkheid woonomgeving (rollatorproof).

Conclusies en aanbevelingen:
Veel zaken die nu nog niet spelen worden later steeds belangrijker.
- Fysiek aanpassen van woningen is vaak lastig: procedures vereenvoudigen, kosten subsidiëren, actievere rol gemeenten en woningcorporaties.- Veel onduidelijkheid over stationsgebied, 70% weet er niets van, en aandachtspunt is toegankelijkheid en bereikbaarheid.
- Zorg in nabijheid woning wordt belangrijker (woonservicezone??).
- Ook aandacht voor elkaar / ontmoeten.
- Aandacht voor inrichting openbare ruimte (rollatorproof, ruimte voor parkeren).De meeste senioren willen absoluut niet wonen in een seniorenstad!!
Reacties

De heer M. van Ditmarsch
, raadslid CDA vindt dit een interessant resultaat. Bij nieuwe projecten zou geen rekening gehouden zijn met levensloopbestendigheid: het Rijksgebouwenbesluit is daarop toegepast, als dat gehandhaafd wordt is het dan niet op orde? Want die eisen komen al een eind in de goede richting.Nathan Rozema antwoordt dat daar niet op is onderzocht. De beleving is niet dat er rekening mee gehouden wordt.

Mevrouw Alice van Rooij, raadslid D66 vraagt of uit de groep een idee is gekomen – behalve stationsgebied – waar in de binnenstad nog een mogelijkheid is voor kleinschalig wonen.

Nathan Rozema
antwoordt dat alleen de Mariaplaats is genoemd. Mensen hebben daar weinig weet van.

Wieberen Koopmans
wijst erop dat heel nadrukkelijk in die groep is gewezen op het oude terrein van Abels, en op het WKZ-terrein.

Nathan Rozema
beaamt dat.

3. Aanbieden van de resultaten van het woonwensenonderzoek

Han van Dobben biedt de beide wethouders de eerste exemplaren van het resultaat van het onderzoek officieel aan. Het pakketje, ingepakt met linten en strikken, bevat niet alleen het rapport zelf, maar ook de publiekssamenvatting en de stellingen voor deze avond.Han nodig de heren Van Eijk en Bosch van harte uit om te blijven en aan de discussie deel te nemen. De wethouders krijgen het woord.

Woonwethouder Harrie Bosch memoreert zijn eerste kennismaking met het initiatief van de wijkraad om de schijnwerpers te zetten op het tekort aan seniorenwoningen in de binnenstad. Het was een nadrukkelijk appèl om daar een aantal activiteiten op te ontplooien.Dit onderzoek maakt dat beeld wat scherper, en het is duidelijk dat het wonen van senioren wel degelijk een vraagstuk is in de binnenstad. Duidelijk is dat veel ouderen er graag willen wonen, dat ze bezorgd zijn over die latere fase in het ouder worden en zich afvragen of zij er na hun 75e nog wel kunnen blijven wonen.

Wat kan de gemeente doen? De gemeente heeft natuurlijk nauwelijks eigen bezit of eigen ontwikkelmogelijkheden. Dat is jammer, want daarom zijn er weinig mogelijkheden voor substantiële interventies. Maar wat via het Bouwbesluit natuurlijk al geregeld is en wat ook gebeurt: voor de binnenstad aangeven dat dat de invalshoek moet zijn als er in de binnenstad wordt gebouwd. Dat is aan de orde bij de nieuwbouw in de Vrouwjuttenstraat/Lange Nieuwstraat, maar ook in het stationsgebied. Daar worden levensloopbestendige woningen gerealiseerd, evenals bij de herontwikkeling van Altrecht en andere herontwikkellocaties.

Een tweede punt is de kwestie van het parkeren, het mobiliteitsvraagstuk. Bij nieuwbouw-plannen probeert de gemeente ondergronds parkeren, waar bewoners gegarandeerd een plek hebben, te stimuleren, al is dat niet altijd makkelijk. Dat gebeurt in ieder geval op de hoek Vrouwjuttenstraat/Lange Nieuwstraat. Bij bestaande bouw is dat vaak niet mogelijk.

Een derde punt dat de gemeente al gedaan heeft: aan Woonzorg Nederland is gevraagd om te kijken naar de herontwikkeling van panden, bijvoorbeeld van scholen in de binnenstad, die geschikt gemaakt kunnen worden voor wonen van senioren.

Een ander punt werd door Nathan al genoemd, namelijk dat er in de verkiezingsprogramma's geen aandacht is geweest voor senioren. Het college is daar door de gemeenteraad al bestraffend over toegesproken, en er is een aantal stimulerende moties ingediend, nl. om dit nadrukkelijk in te bouwen. Dat zal het college ook gaan doen; via jaarlijkse rapportages zal dat worden meegenomen.

Twee kanttekeningen wil de wethouder daarbij plaatsen.

Ten eerste: er zijn in de binnenstad veel monumenten. Dat geeft wel eens de nodige beperkingen.

Ten tweede: er is een paradox in het onderzoek zelf: heel veel mensen buiten de binnenstad zouden ervan schrikken hoeveel mensen hier wonen in woningen tot 500.000 euro en ook daarboven; en toch worden er nadrukkelijk wensen uitgesproken voor goedkope huur-woningen. De wethouder heeft de indruk dat dat in sommige situaties niet nodig is. Het kan wel wenselijk zijn maar de vraag is of dat – gezien de beperkte mogelijkheden – wel kan. De gemeente zal nadrukkelijk kijken naar mogelijkheden om sociale huur in de binnenstad voor ouderen te realiseren, maar Harrie Bosch denkt dat men er de financiële middelen voor moet aanwenden die men heeft.

Wijkwethouder Cees van Eijk constateert dat het woonwensenonderzoek het onderwerp goed op de agenda heeft gezet, en de raad heeft dat vervolgens ook gedaan. Overigens is een groot aantal raadsleden hier vanavond aanwezig.
Er zijn een paar thema's die hier naar voren komen en die met name betrekking hebben op de combinatie van wonen en zorg.

In de aanbevelingen werd gesproken over de vraag of er sprake kan zijn van woonservicezones, zoals die in Ondiep eigenlijk al functioneert. In vier andere wijken probeert de gemeente ze ook te realiseren. Maar in de binnenstad is er een fysieke beperking om al die voorzieningen te creëren. Echter, het college heeft nadrukkelijk aangegeven, dat de gemeente daar waar mogelijkheden zijn, kansen zich voordoen en initiatieven zich aanbieden, daar graag op inspeelt. Cees van Eijk denkt dat het mogelijk is, door het onderzoek en door de initiatieven van Senioren Actief, de wijkraad en het Bartholomeus Gasthuis, om in de binnenstad toe te groeien naar een woonservicezone-achtige structuur. De wethouder omarmt initiatieven van het Bartholomeus Gasthuis om nadrukkelijk zorgcentrum te zijn voor de buurt, met buurthuisachtige functies en activiteiten. Zo kan de gemeente in hen een partner zien om het concept woonservicezone samen te onderzoeken. Dat is een goede aanleiding om daarop door te kunnen gaan.

Een tweede element dat besproken werd is de ontmoetingsfunctie: dat wil Bartholomeus ook zijn, een ontmoetingsplek voor ouderen maar in beginsel voor alle leeftijdsgroepen. En veel ouderen kíezen daarvoor, juist om die mix op te kunnen zoeken van verschillende leeftijds-groepen. De wethouder realiseert zich het belang van dat soort ontmoetingsplekken heel goed, en hij denkt dan ook aan ontmoetingsactiviteiten, en niet alleen aan een plek. Gelukkig zijn er heel veel initiatieven hier, bijvoorbeeld Gastheerschap & Cultuur, en het Gilde.

Er werd ook gesproken over de toegankelijkheid van de binnenstad; is de binnenstad rollatorproof? Dat is ook interessant voor kinderwagens en andere bezoekers van de binnenstad. Maar het is geen opgave die zomaar altijd gerealiseerd kan worden. Er is grote inspanning om overbodig straatmeubilair op te schonen; dat lijkt in een historische binnenstad vaak op gespannen voet te staan met de toegankelijkheid. Neem bijvoorbeeld de toegankelijkheid van de werven voor rolstoelers: dat is een groot probleem. Het is moeilijk om daarvoor ingrepen te doen zonder de historische waarde van de binnenstad aan te tasten. Een aandachtspunt dus. Denk s.v.p. met het college mee!

Samen met de wijkraad en dankzij de tomeloze energie van Senioren Actief wil het college graag onderwerpen goed op de agenda zetten, en zoeken naar volwaardige oplossingen voor wonen voor ouderen in de binnenstad; niet alleen nu, maar ook over tien jaar.

De gespreksleider leidt de discussie in
Klaas Wiertzema is gespreksleider. Hij stelt zichzelf voor en constateert dat er allerwegen grote belangstelling is voor het onderwerp van vanavond. Ook de politiek is goed vertegenwoordigd. "Maar ja", zo sluit hij zijn inleiding af, "het is logisch dat het onderwerp iedereen aanspreekt: vroeger of later zijn we allemaal aan de beurt bij de vergrijzing!"

Klaas stelt voor de discussie te voeren aan de hand van stellingen.

Woningvoorraad in de binnenstad: koop 48%, sociale huur 26%, particuliere hoor 26%. 50+ers: koop 64%, sociale huur 24%, particuliere huur 8%.


STELLING 1
De gemeente heeft geen enkele invloed op nieuwbouwprojecten in de Utrechtse Binnenstad.

Wieberen Koopmans (bewoner) herinnert aan een opmerking tijdens een andere bijeenkomst, namelijk dat de gemeente er niet slim aan heeft gedaan het huisvestingsbedrijf uit handen te geven. De SP had toen voorgesteld om misschien tot tot een publieke voorziening te komen maar je kunt het ook op een ander niveau bekijken: de gemeente kan huisvestingsbeleid t.a.v. de binnenstad gaan voeren en daar laat je de vergunningen van afhangen. Kijk naar de Vogelaar-wijken: daar is huisvestingbeleid gevoerd wat niet klopte. Ze gaan dat nu repareren; geldt dat misschien over 20 jaar voor de binnenstad? Spreker vindt dat de gemeente in zo'n complexe situatie als de binnenstad toch duidelijk moet zijn in wat ze wil met winkels, horeca en dergelijke, en met de bevolking. Hij heeft er niet zoveel vertrouwen in maar hij vindt dat de publieke overheid meer op de publieke zaak gericht moet zijn.

Frans ten Brink (bewoner) is het met de stelling eens. Er zijn voorbeelden uit het verleden: het Andreasklooster bijvoorbeeld: dat kon niet gebruikt worden voor seniorenwoningen. Er zijn ideeën aangedragen voor het gedeelte van het WKZ in de Groenestraat maar dat lukte niet. Het Fraterhuis in de Herenstraat idem. Projectontwikkelaars gaan ermee aan de haal. Of denk aan het Hieronymusverpleeghuis aan het eind van de Nieuwegracht: een plan wordt gedwarsboomd door projectontwikkelaars en daar kan de gemeente niets aan doen.

Mw. R.C. Willeumier, directeur Utrechtse Maatschappij tot Stadsherstel N.V.
merkt op dat dat te dol zou zijn: er kan niet worden geïnvesteerd maar de gemeente heeft een leidende rol in het vaststellen van bestemmingsplannen. De ABC-straat bijvoorbeeld, daar zat de bestemming op van ziekenhuis. Als de gemeente daar accuraat op had gereageerd was daar woningbouw mogelijk geweest. Zo kan de gemeente omgaan met haar sturende taak.

Mw. Salomé Willemsen, raadslid Leefbaar Utrecht
vraagt of de politiek dus wél invloed kan uitoefenen.

Mw. R.C. Willeumier
denkt van wel. Het is mogelijk waar het goed gaat, maar er zijn ook plekken waar het niet goed gaat.

Frans ten Brink(bewoner)
is het daarmee eens. De gemeente is daar laks in.

Wethouder Harrie Bosch
wil daar graag op reageren. De binnenstad staat er fantastisch voor. Dat is punt één. De binnenstad heeft naast historie ook te maken met bestaande en nieuwe bestemmingsplannen; de gemeente is bezig een discussienota voor te bereiden dus dat gaat gebeuren. De gemeente oefent dus wel degelijk invloed uit.Ten tweede: je hebt een publieke regelrol en die dwingt tot bescheidenheid. Als een bestemmingsplan is vastgelegd is er altijd gelegenheid om dat te veranderen, en bewoners hebben er recht op dat de gemeente het zuiver toepast. Dat is een publieke verantwoordelijkheid. En ten derde: er zijn relatief weinig nieuwbouwprojecten en de gemeente zou eens kunnen proberen om de rol van de ontwikkelaar over te nemen door een pand te kopen dat vrijkomt. Maar als er een bestemmingsplan is, heb je dat te faciliteren.

Gespreksleider Klaas Wiertzema
concludeert dat de politiek gebonden is aan zijn eigen besluiten. En hij hoort ook een nieuwe suggestie, nl. de gemeente als projectontwikkelaar.

Wethouder Harrie Bosch
denkt dat de gemeente daar in de binnenstad misschien weinig mee kan, maar een gemeente kan in de sfeer van grondverwerving of van panden een actieve rol spelen.

Mevrouw Coopmans van de Dienst Stadsontwikkeling
wil graag iets kwijt over de levensloopbestendigheid. Dat kan de gemeente beïnvloeden. Nieuwbouwprojecten die nieuw gebouwd worden, moeten eraan voldoen. Het staat in het Bouwbesluit en de gemeente kan ervoor zorgen dat de randvoorwaarden in het plan komen te staan. En dat gebeurt ook. De kwestie van het terrein van het AZU speelde in 1992/1993, toen was dat Bouwbesluit er nog niet zo uitgebreid dus toen is nog niet met die eisen rekening gehouden. Maar nu moet de gemeente er rekening mee houden: in principe gelijkvloers en drempels maximaal 2 cm. Dat zijn geen seniorenwoningen, maar ze moeten levensloopbestendig zijn.

Gespreksleider Klaas Wiertzema
stelt vast dat de gemeente wel degelijk – en in toenemende mate – scherpe eisen stelt.

Frans ten Brink (bewoner)
denkt niet dat het nodig is dat de gemeente als projectontwikkelaar optreedt. Woningcorporatie Mitros heeft alles, wat geen koop is, in bezit; vraag hen om aan de gang te gaan! Want op dit moment hebben zij tegengesteld beleid, ze verkopen in de binnenstad. Laat ze niet van de hand doen wat ze hebben, maar laat ze ermee aan de slag gaan. En het eventueel overlaten aan Woonzorg Nederland.

De heer M. de Graaf van Mitros Wonen
denkt dat Mitros misschien meer gedwongen moet worden om aandacht te besteden aan seniorenhuisvesting in de binnenstad, maar wijst er tevens op dat Mitros tegen de beperking aanloopt van beschikbaarheid van posities. Mitros is bezig panden te verwerven die ze beschikbaar kunnen maken voor bewoning door senioren. Daar doet de markt ook zijn werk. Mitros zal ook zijn huidige bezit doorlichten om te zien welke complexen levensloopbestendig gemaakt kunnen worden.Wat die verkoop betreft: Mitros heeft een aantal panden die verkoop gelabeld zijn in de binnenstad. Waarom doet Mitros dat: Mitros investeert heel veel geld in nieuwbouw van woningen en onderhoud van bezit, daarvoor is geld nodig en daarom verkoopt Mitros een deel van zijn bezit. Een deel van die woningen zit in de binnenstad en die zijn niet allemaal geschikt te maken voor senioren, en zijn dus niet allemaal een verlies.

Een van de aanwezigen vraagt naar betaalbare seniorenwoningen.

De heer M. de Graaf van Mitros Wonen antwoordt dat de primaire opgave van Mitros is het realiseren van betaalbare huurwoningen; dat is de eerste invalshoek. Maar heel eerlijk: in projecten moet Mitros altijd een keuze maken tussen het deel dat ze niet gefinancierd krijgen – de onrendabele top – en de manier waarop dat gecompenseerd moet worden. Maar het is primair om te kijken of sociale huurwoningen gerealiseerd kunnen worden. Het is dus niet nodig om gedwongen te worden.

Mw. Salomé Willemsen, raadlid Leefbaar Utrecht heeft al een voorbeeld: het Boeckhoven Bosch complex in de Breedstraat.

De heer M. de Graaf van Mitros Wonen
vindt dat inderdaad een heel interessant complex. Dat maakt het dilemma van Mitros meteen duidelijk. Het is het complex bij de lapjesmarkt: er zitten 34 verhuureenheden in, het pand is halverwege de jaren '70 getransformeerd van drukkerij naar woningbouw maar de woningen zijn klein, en hokkerig. Nu zijn er twee scenario's: óf nieuwbouw (en dan kies je voor levensloopbestendige bouw) óf er speelt mee de vermeende monumentale waarde van het pand, waardoor een rigoureuze aanpak niet mogelijk is. Dat is de spagaat waar wethouder Bosch ook al van sprak.

Wethouder Harrie Bosch
maakt melding van een afspraak tussen de wethouder Monumenten en Wonen: gezamenlijk zal bekeken worden hoe die balans gewaardeerd moet worden. Als de ene kant zwaar weegt zal de andere kant moeten minderen. Het gaat niet om de buitenkant maar met name om de binnenkant. Daar hoort de politiek een rol te spelen. Die verklaart wanneer iets tot monument wordt verklaard, en dat heeft financiële aspecten.

Wieberen Koopmans (bewoner)
is blij met de opmerkingen van Mitros. Zij doen dus aan ouderenhuisvesting die toegankelijk is. Ze verkopen nu heel veel grote panden en splitsen die, en spreker neemt aan dat ze op de begane grond dan ouderenhuisvesting zullen maken.

De heer M. de Graaf van Mitros Wonen
verwijst naar zijn uitleg van zojuist, over de reden om te verkopen.

Wieberen Koopmans (bewoner)
wil het hebben over het splitsen + verkopen. Hij adviseert Mitros de begane grond geschikt te maken voor senioren.

Gespreksleider Klaas Wiertzema
heeft eruit begrepen dat Mitros panden verkoopt om andere zaken te kunnen financieren. Concrete vraag: waarom niet kiezen voor senioren op de benedenverdieping? Is dat ingebed in het beleid van Mitros?

De heer M. de Graaf van Mitros Wonen
antwoordt dat dat geen beleid is. Wel is bekend dat het vraagstuk prominent aanwezig is, en dat dwingt Mitros ook om op een andere manier te kijken naar zijn bezit. Wellicht kunnen dit soort suggesties worden meegenomen.

Mevrouw Aal directeur van het Utrechts Monumentenfonds
vertelt dat het Utrechtse Monumentenfonds de meeste monumenten heeft. Zij spreekt ook namens Stadsherstel en de FK Hein Stichting. Zij hebben de wens uitgesproken dat de gemeente haar invloed aanwendt om op bij verkoop van panden van bijvoorbeeld Mitros die aan te bieden als eerste aan deze monumenten-instellingen, omdat zij een heel ander belang hebben bij de exploitatie, en daardoor veel breder – aansluitend bij deze doelgroep – projecten kunnen ontwikkelen. Deze instellingen hoeven niet zulke hoge winsten te maken als een projectontwikkelaar, waardoor zij hun projecten voor een veel grotere doelgroep beschikbaar kunnen maken. Als deze instellingen bezit hebben kunnen zij met belanghouders praten over hoe het ingericht kan worden, meer voor senioren. Maar zij kunnen niet altijd marktconforme hoge prijzen betalen zoals een projectontwikkelaar. Als deze instellingen het eerste recht van koop krijgen tegen een redelijke prijs, zorgen zij dat het in orde komt.(Applaus)

Mw. Alice van Rooij, raadslid voor D66, merkt op dat invloed een containerbegrip is. Zij hoopt dat het duidelijk wordt dat het niet alleen om geld gaat; want wat de gemeente moet doen is – met alle mensen die hier bemoeienis mee hebben – zorgen dat de wensen ook worden uitgevoerd. De gemeente is dan regisseur, en eigenlijk belangeloos. Die kan dus alle wensen wegen. Dat is de rol van de gemeente.

De heer Klaas Gravesteijn, raadslid voor de PvdA,
vond de suggesties van het monumentenfonds heel interessant, maar vraagt zich wel af of je daarmee geen sociale huurwoningen uit de voorraad van Mitros trekt. Die beschikbaarheid van woningen uit de maatschappelijke voorraad wil hij wel blijven garanderen.

Mevrouw Aal directeur van het Utrechts Monumentenfonds
vindt het daarom zo belangrijk om samen met belanghouders iets te ontwikkelen: het gaat dus om een gemeenschappelijk initiatief waar ieder zijn deel aan heeft.

De heer Evert Kurver (Cosbo)
vertelt dat hij vijftig jaar geleden iedere morgen op de fiets van Zuilen naar school ging, op de Nieuwegracht, nr. 19, 21 en 23. Dat staat nu te koop. Met meerdere partijen kun je van zo'n school iets maken: het pand heeft veel ruimte en een prachtig binnenterrein. Het is zonde als dat weer in handen van een projectontwikkelaar terechtkomt.

De heer Sjoerd Koch
heeft een projectontwikkelingsbedrijfje dat eenpersoons huishoudens huisvest in een gelijkgestemde omgeving. In de Brigittenstraat is een groot pand vrijgekomen, daar wil spreker graag een project voor gelijkgestemden huisvesten. Hij kan zich voorstellen dat zo'n project een prachtig project voor senioren is, met passende voorzieningen. Wat hem tegenhoudt is de Parkeernota: de gemeente kan invloed uitoefenen door op voorhand te zeggen: "Hier hoef je niet te voldoen aan de Parkeernota, en er kan woonruimte komen voor mensen die geen auto hebben", en dan wel met de afspraak om daar senioren te huisvesten.

De heer M. de Graaf van Mitros Wonen
had dezelfde vraag.

Sjoerd Koch
merkt op dat projectontwikkelaars misschien een slechte naam hebben, maar dat het ook partijen zijn die dingen mogelijk maken.

De heer M. de Graaf van Mitros Wonen
denkt dat er meer partijen naar dat pand hebben gekeken. Het maakt duidelijk hoeveel partijen bezig zijn met dit onderwerp en hoe schaars het is. Daarmee wordt het per definitie ook een politiek vraagstuk. Lastig is dat de markt zijn weg gaat, en dat de invloed van de politiek dus ophoudt, hoe nobel de overwegingen van de wethouder ook zijn.

De heer Paul Klein van Woonzorg Nederland
heeft ook naar het pand gekeken. Het pand is zoveel waard omdat er mogelijkheid is tot splitsing en verkoop. Kan de gemeente zeggen "Ik werk niet mee aan die splitsing"? Waarmee dus sociale huur mogelijk wordt? De politiek moet óf faciliteren, óf er paal en perk aan stellen.

Wethouder Harrie Bosch
zegt wel degelijk van de PvdA te zijn maar die partij doet iets te gemakkelijk negatief over particulier initiatief en over ontwikkelaars die goede dingen tot stand brengen. Hij vindt dat zowel in de binnenstad als daarbuiten er een economische groei aan de gang is waarin het makkelijk verwerven en opdelen van zelfstandige en onzelfstandige woningen iets te makkelijk gaat. Dat merkt de gemeente. De schaarste is er op allerlei terreinen, dus er zijn veel meer commerciële partijen die die weg gevonden hebben. Dat is niet erg, maar de maatvoering in de binnenstad is dusdanig dat je misschien een aantal drempels moet opwerpen, óf moet zoeken naar manieren om die omzetting van zelfstandig naar onzelfstandig helemaal te blokkeren. Maar politiek heeft hij daar niet veel weerklank voor gevonden.

Gespreksleider Klaas Wiertzema stelt een volgende stelling aan de orde.Relatief veel vijftigplussers bezetten een zeer dure koopwoning. Bijna een kwart heeft een koopwoning van 300.000 tot 500.000 euro. Bijna een-vijfde van de woningen heeft een verkoopwaarde van meer dan 500.000 euro. De gemiddelde verkoopprijs van de woningen in de Utrechtse binnenstad is erg hoog.

STELLING 2
Sociale woningbouw in de Utrechtse binnenstad is een illusie, vanwege de torenhoge grondprijzen.

De heer Klaas Gravesteijn, raadslid voor de PvdA,
vindt dat er verstandig met de woningvoorraad in de binnenstad moet worden omgegaan. Ten tweede moet, gezien de hoeveelheid koopwoningen ook in de dure categorie, bekeken worden of je mensen die verhuizen de mogelijkheid moet bieden om op de particuliere markt zelf opnieuw te investeren.Het Dela-terrein aan het eind van de Nieuwegracht is gekocht door projectontwikkelaars, er komen nieuwe mensen in maar allemaal mensen van 60+, die daar oud willen worden. Dus er zijn wel initiatieven.

Wim Rietkerk, raadslid ChristenUnie, heeft vragen over de rijkdom van ouderen in de binnenstad: hoe groot is dan de behoefte aan sociale huurwoningen in de binnenstad: trek je daarmee dan niet andere mensen uit andere wijken naar de binnenstad? Is er eigenlijk wel behoefte aan sociale huur?

Mw. Nicole Wigny, raadslid CDA,
stelt vast dat de torenhoge prijzen een feit zijn. Maar in het stationsgebied wordt sowieso een percentage sociale woningbouw gerealiseerd. Juist vanwege de onveiligheid en het idee van anonimiteit dat op dit moment in het stationsgebied overheerst, is ervoor gekozen om dat gebied aan te pakken. Als je daar een bepaald aantal huizen bouwt kun je een behoorlijk deel sociale woningbouw neerzetten. Dus het is wel degelijk mogelijk.

Wethouder Harrie Bosch
is van mening dat in de echte klassieke binnenstad de ruimte voor sociale-huur-woningen zeer beperkt is. Er wordt gezegd "wees zuinig op wat je hebt en kijk of je dat kunt uitbouwen", maar het ís er letterlijk niet. Maar in de nabijheid van de binnenstad ontstaat wel ruimte: denk aan Rondom Rubens, en het Zijdebalenterrein. Dat is maar een paar honderd meter verder. Als je al die wensen op de binnenstad legt gaat het mis. Er zal nooit een honderd procent gelijke verdeling ontstaan van sociale huur en koop in alle wijken. Dus zoek je gebied niet te smal, maar kijk ook naar de schil om de binnenstad heen.

Gespreksleider Klaas Wiertzema
is benieuwd wat de bewoners daarvan vinden.

Bewoonster Els Leicher
denkt dat de binnenstadbewoners toch wel erg gehecht zijn aan hun omgeving.

Mw. Salomé Willemsen, raadslid Leefbaar Utrecht
vindt het heel gevaarlijk om hierop in te gaan. Er moet voorzichtig worden omgegaan met de bestaande panden, en het is heel belangrijk dat de sociale woningbouw in de binnenstad gekoesterd wordt, en uitgebreid waar mogelijk. Het zal nooit 40% worden, maar globaal moet er ook in de binnenstad menging zijn. Want het is van belang ook de ouderen in de binnenstad te houden. Als deze stelling zo blijft staan laat iedereen het uit zijn handen vallen.Mw.

Karen Blersch,(?) Cumulus Welzijn, Ouderen adviseur, denkt dat je je moet afvragen wat voor binnenstad je wilt hebben: wil je een reservaat van mensen met een groot inkomen, voor toeristen, of wil je liever een levende binnenstad, met diversiteit van arm en rijk, en verschillende achtergronden: die wil je toch behouden? Dus moet je verschillende posities op de woningmarkt aanbieden. De politiek moet daarvoor zorgen. Je kunt natuurlijk niet een hoog percentage sociale woningbouw krijgen, maar je hoeft het ook niet tegen te gaan.

De heer Koos van Oosten (Cosbo)
merkt op dat over de zuidelijke oude stad begin jaren zeventig dezelfde discussie plaatsvond. Het wonen zou daar versterkt worden, waardoor daar sociale woningbouw is gerealiseerd. Niet in dezelfde omvang als wat nu verkocht wordt, maar gemeenten moeten ook kijken of ze die discussie opnieuw kunnen opstarten. Want dat was toen geslaagd.

Wieberen Koopmans (bewoner)
is blij met die opmerking. Zelf is hij hier in de jaren zeventig komen wonen; hij vond een woning in de zuidelijke binnenstad. Hij heeft mazzel gehad vindt hij, want het wonen in de stad was in die tijd nog niet aantrekkelijk. Hij kon niet eens een hypotheek krijgen! Maar in relatief korte tijd is dat kennelijk veranderd. De gemeente heeft daar een grote rol in gespeeld om die binnenstad aantrekkelijk te maken Wieberen Koopmans denkt dat Mitros daar ook een grote rol in had. Hij wil graag blijven benadrukken dat de gemeente hoe dan ook daar regels voor maakt, want de gemeente heeft een grote rol.

Mw. Vivian van Geen, voorzitter Advies Commissie Ouderenbeleid
meent dat de stelling nuancering behoeft. Zij is blij met het antwoord van de wethouder om voorzichtig te zijn met kapitaal in de binnenstad, en niet alleen projectontwikkelaars vrij spel te geven. Maar: wees er kritisch op dat de binnenstad zich ontwikkeld heeft tot een plek met torenhoge prijzen. 60% sociale woningbouw is niet reëel; kijk naar andere mogelijkheden.

Corrie Huiding, bewoonster,
begrijpt dat het voor sommigen niet van betekenis is als je 500 of 600 meter verder komt te wonen. Maar Corrie heeft meegemaakt dat bewoners van Wijk C in de jaren zeventig, ten tijde van de renovatie, niet in een stacaravan in Kanaleneiland geplaatst wilden worden. Ze wilden alleen uit de binnenstad weg "tussen zes plankjes". Verplaats je dus in het leven van ouderen die daar lief en leed hebben meegemaakt! Oude bomen moet je niet verplanten.

Wethouder Harrie Bosch
antwoordt dat de gemeente kijkt wat zij kan doen. Maar het kan niet altijd zo zijn dat de overheid dat altijd 100% faciliteert. Soms moeten ze er toch overheen stappen, het ís niet anders.

Mw. Krista Brandwijk is sociaal geriater
Zij heeft begrepen dat zowel onder als boven sociale woningbouw 25% was en dat er geen behoefte is aan groei. Verder: het gaat om schaarste aan alle kanten; haar ervaring is dat lang niet alle ouderen in levensloopbestendige woningen eindigen. Het merendeel kan tot het eind de trap nog op. Kijk dus vooral naar hoe de woningen in de binnenstad verdeeld zijn. En: de tendens is dat je in je eigen woning blijft en dat er hulp naar je toe komt, en misschien is daarin veel meer behoefte aan uitbreiding, veel meer dan aan nieuwe huizen.

Mw. Willy van Egdom, directeur van het Bartholomeus Gasthuis
vertelt dat zij daar nog niet zo lang werkt. Er is onderzoek gedaan waar behoefte aan is bij bewoners van 55+ en ouderen in de binnenstad: belangrijkste functie die zij vroegen was een restaurantfunctie, welzijn, en met name het ontmoeten. En ook mensen die klusjes doen: iemand die de administratie doet, iemand die de was kan doen. Activiteiten, een levendige binnenstad. Dus het Gasthuis is niet druk met het wonen, maar is bezig inhoud te geven aan het wonen. Mevrouw van Egdom heeft met ouderen gesproken, en zij concludeert dat het pakket heel belangrijk is.

Sociaal geriater mw. Krista Brandwijk
denkt dat er veel kansen zijn om dat te combineren met andere functies: dagopvang ouderen, kinderopvang, clubs voor kinderen en bijeenkomsten voor ouderen. Dat biedt veel meer mogelijkheden.

Gespreksleider Klaas Wiertzema
stelt voor de discussie los te trekken van sociale woningbouw, naar de behoefte aan activiteiten waardoor mensen langer op hun plek kunnen blijven wonen.

Mw. Eveline Schell raadslid VVD
vraagt of het niet interessant is om juist dat soort functies te combineren.

Gespreksleider Klaas Wiertzema
verwoordt het aldus: wordt het niet tijd om de markt beter te leren kennen?

Sjoerd Koch
denkt dat er veel mogelijkheden zijn als het financieel mogelijk is. Hij wil nog even terug naar het project aan de Brigittenstraat. Stel dat je dat als ontwikkelaar moet kopen, en moet vertalen naar seniorenhuisvesting. Dan moet er een financiële mogelijkheid zijn om de ruimte zelf in te vullen. Je kunt er als commerciële partij geen geld bijleggen.

Mw. van Egdom van het Bartholomeus Gasthuis
heeft oplossingen bedacht. Het is haar droom dat het Bartholomeus Gasthuis voor een groot deel een woonservicepunt kan worden. Zij denkt dan aan een aantal satelliethuizen in de stad, waarvan de bewoners bij het Gasthuis mogen aankloppen. Heeft iemand dat huis, dan denkt het Gasthuis mee over een handige inrichting, en ook het welzijnsstuk wordt meegenomen. Want het is haar droom dat in het Bartholomeus Gasthuis functies worden samengevat waar mensen elkaar kunnen ontmoeten; is die wens er niet, dan brengt het gasthuis die functies naar de huizen. Spreekster verwijst naar Mitros, en de Stichting Abbeyfield. Zij maken de plannen, het Gasthuis zorgt voor de invulling.

Margriet Tiemersma van Cumulus Welzijn
vertelt dat Cumulus actief is in de binnenstad, en ook Senioren Actief ondersteunt. Cumulus werkt veel samen met het Bartholomeus Gasthuis. Er zijn een aantal bijeenkomsten geweest met ouderen waarin Cumulus aan de binnenstadbewoners heeft gevraagd naar belangrijke thema's, en bovenaan stond het thema Wonen, omdat ze bang waren niet in hun huidige woning te kunnen blijven. Dat is misschien geen reële angst maar die is er wel.

Mw. Marry Mos, raadslid Groen Links,
denkt dat daar wel iets aan valt te doen: de gemeente moet de ambitie hebben om het aantal sociale woningen in de binnenstad te handhaven. Zij is het helemaal eens met mw. Vivian van Geen: je hebt een rol als gemeente voor voldoende aanpassingen. Wees creatief en biedt mensen garantie, en als er plekken vrijkomen laat mensen die al twintig jaar in de binnenstad wonen dan een kans krijgen. De rol van de politiek is dus heel belangrijk.

Frans ten Brink
blikt ook nog even terug op de zeventiger jaren. Toen is er inderdaad heel veel geïnvesteerd in sociale woningbouw: Wijk C, Korte Nieuwstraat, Korte Smeestraat en Nieuwegracht Oost. Die mensen worden nu ouder, en dan is het gek dat in Wijk C een woning, die leegkomt door overlijden, meteen de markt opgaat. Daar moet de gemeente iets aan gaan doen, zoals de wethouder ook zei. De gemeente moet dat splitsen tegengaan.

Gespreksleider Klaas Wiertzema
informeert naar de mening van wethouder Van Eijk.

Wethouder Van Eijk
constateert dat die ideeën te maken hebben met het wonen-plus. Hij wil daar heel graag op inspelen. Voor woonservicezones heeft de gemeente een aantal locaties in de stad bepaald, en waar initiatieven zijn wil de gemeenteraad daar graag op inspringen: door een betere samenhang te brengen in soorten voorzieningen, door ontmoetingen te voorzien en aanvullende hulpverlening. Als partners, zoals het Bartholomeus Gasthuis, willen meedoen, zal de gemeente dat graag aanpakken. Een complete woonservicezone is niet mogelijk (daar is een veel groter verzorgingsgebied voor nodig), maar elementen daaruit zijn wel heel goed mogelijk. Creativiteit is dus belangrijker en de politiek heeft heeft inderdaad een regiefunctie.De tijd gaat snel, en Klaas Wiertzema stelt voor niet alle stellingen te behandelen. Hij legt stelling 4 aan de aanwezigen voor.

Stationsgebied: ongeveer de helft van de vertrekkers die bekend zijn met het plan heeft interesse om in het stationsgebied te gaan wonen.

STELLING 4
De gemeente moet haar invloed bij Corío aanwenden om meer betaalbare seniorenwoningen te bouwen in het Stationsgebied

Wieberen Koopmans (bewoner) vraagt wat de meerwaarde kan zijn voor senioren om in het stationsgebied te gaan worden. Misschien alleen voor mensen die de trein nodig hebben?

Nathan Rozema van Labyrinth
vertelt dat dat aan de mensen is gevraagd. Er is een groep senioren die vreest niet in de binnenstad te kunnen blijven, en dan is de enige mogelijkheid het stationsgebied. Vandaar deze stelling.

Een bewoonster
wil een opmerking maken over de overkapping van de Catharijnesingel en de verwinkeling van dat gebied: daaruit blijkt dat de invloed van de gemeente op Corío nihil is. Dus dat zal in dit geval ook wel zo zijn.

Volgens wethouder Harrie Bosch klopt dat niet. Het aantal woningen dat wordt gebouwd in het stationsgebied heeft de gemeente in het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig plan vastgelegd. Er is dus wel degelijk invloed.

Gespreksleider Klaas Wiertzema
concludeert dat de gemeente invloed heeft, en die invloed ook aanwendt.

Wethouder Harrie Bosch
vindt het best een hoog percentage, als de helft van de mensen weet van de plannen met het stationsgebied. En als ze inderdaad overwegen om daar te gaan wonen is dat een verrassend hoog percentage. Maar dat hoeft niet te betekenen dat het aantal levensloopbestendige woningen onvoldoende is. Je moet niet te makkelijk posities innemen.

Nathan Rozema van Labyrinth
vertelt dat uit het groepsgesprek bleek dat er vrees bestond dat het een enclave zou worden van dure koopwoningen.

Mw. Nicole Wigny, raadslid CDA
stelt dat wonen in het stationsgebied voor senioren betekent wonen in een bepaald segment, zonder die zorgconcepten: maar bijna alle woningen daar zijn levensloopbestendig. De gemeente bouwt niet, maar Corío ook niet. Corío gaat over de winkels. Er komen duizend woningen bij waarvan 20% sociaal. En wat betreft de angst voor een enclave van grijze haren: dat is daar niet terecht. Daar komen ook veel jongeren te wonen, die samen werken. Juist daar kan veel levendigheid gevonden worden.

Wim Rietkerk van de ChristenUnie
denkt dat je het stationsgebied niet moet beschouwen als 'typisch horend bij de binnenstad': het hoort bij de hele stad. Het zou mooi zijn als het juist daar iets meer gemengd kan worden dan in de rijke binnenstad, dat je daar een grote invloed uitoefent om te mengen. Want het stationsgebied is eigenlijk van de hele stad. Er is een debat in de raad geweest over percentages sociale woningbouw: in de onderhandelingen met Corío is het al vastgesteld (op ongeveer 25%).

Mw. A. van Rijt, Cumulus Welzijn
(?) vraagt hoeveel procent er voor studenten is en hoeveel voor anderen.

Volgens wethouder Harrie Bosch zijn studentenwoningen in het stationsgebied niet voorzien. Belangrijkste is dat een aantal ouderen uit de binnenstad het stationsgebied geschikt vindt om te wonen, want de woningen daar moeten allemaal voldoen aan basale eisen qua levensloopbestendigheid en goede toegankelijkheid voor de binnenstad.

Mw. A. van Rijt, Cumulus Welzijn
(?) heeft ergens opgevangen dat sociale woningbouw in het stationsgebied grotendeels voor studenten is.

Wethouder Harrie Bosch
ontkent dat. Wel wordt gekeken of je in de behoefte van starters kunt voorzien. Hij zal nog natrekken hoe dat precies zit. (N.B. Toezegging)

Klaas Wiertzema introduceert hierop stelling 7.Ten aanzien van ouderen wordt er door de gemeente naar gestreefd om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen en de activiteiten van woonzorg en welzijn verder te integreren.

STELLING 7
Het is een schande en indicatief dat de gemeente de binnenstad niet als woonservicegebied heeft aangewezen en andere wijken wel.

De wethouders willen hier graag op reageren. Zij wijzen erop dat er vier woonservicezones zijn aangewezen. Daar zit Lunetten ook bij. Ze hebben een bepaalde schaalgrootte van een bepaalde hoeveelheid inwoners als uitgangspunt genomen om een woonservicezone te ontwikkelen. De binnenstad voldoet niet aan die criteria qua schaalgrootte, maar wat betreft initiatieven die er zijn voor woonserviceachtige benadering: daar staat de gemeente helemaal voor open.(Applaus)

Mw. Van Egdom, Barthlolomeus Gasthuis is blij met die uitspraak. Het Bartholomeus Gasthuis zal daar zijn best voor doen. Alle instellingen zijn daarin vertegenwoordigd. Het zijn monumentale panden, die verbouwd moeten worden, en het gasthuis probeert daar inventief mee om te gaan. Daar heeft het Gasthuis alle steun van de gemeente voor nodig, want als daar toezeggingen gedaan worden is er een bepaalde massa voor nodig. Dat is wel een zorg: wonen en welzijn integreren vraagt een flinke investering. Maar dan ook niet over een jaar wel een woonservicezonepunt vlakbij het Gasthuis zetten (want dat zou heel erg zijn)!

Gespreksleider Klaas Wiertzema
begrijpt dat dat een vraag is aan de politiek om dit platform te gebruiken.

Mw. van Egdom. Bartholomeus Gasthuis
wil graag het Gasthuis klein houden, maar de zorg is heel duur. Het Gasthuis moet aan normen voldoen die eigenlijk niet kunnen, vanwege de kleinschaligheid. Zij willen dus graag dat hun initiatieven door de gemeente ondersteund worden. De markt zal zijn werk doen, dat is ook goed, maar ondersteuning is toch van belang.

Wieberen Koopmans (bewoner)
volgt de Kamerdebatten. In de zorg is heel nadrukkelijk toch de wens om grote verzorgingshuizen terug te brengen naar kleinere. Houdt de gemeente daar wel rekening mee?

Wethouder Van Eijk
antwoordt dat grote verzorgingshuizen inderdaad zullen worden omgevormd tot kleinere eenheden van 24 bedden ofzo. En richting het Bartholomeus Gasthuis merkt hij op dat de rol van de gemeente uitdrukkeijk is om regisseur te zijn, geen fonds. Maar de gemeente wil wel graag zaken doen.

Mw. Marry Mos, raadslid Groen Links
vindt het ook belangrijk om te weten wanneer daar helderheid over komt. Zij hoort soms het jaartal 2010 noemen, maar er zijn allerlei dienstencentra voor senioren juist gesloten. Daar moet helderheid over komen. Graag daar iets concreter over zijn.

Wethouder Van Eijk
antwoordt dat het twee kanten heeft: de concrete situatie in de binnenstad en welke afspraken kunnen er gemaakt worden met het Bartholomeus Gasthuis, en ten tweede: wat is de lange termijn visie wonen/welzijn/zorg.Wat dat laatste betreft: er wordt een nieuw plan veracht, voor 2008.

Paul Klein van Woonzorg Nederland komt terug op wat de wethouder zei over "kleinschalig wonen met 24 bedden": dat zou ook kunnen zijn "kleinschalig wonen", waarbij zorg geleverd wordt en mensen gewoon zelfstandig in koop- of huurwoningen wonen. Daar is wethouder Van Eijk het mee eens.

De heer Marius van Leeuwen is voorzitter Stichting Abbeyfield
De Stichting Abbeyfield richt zich er inderdaad op groepswonen, waar mensen zelfstandig wonen met 8, 12 of 16 mensen. Ze hebben een aantal gezamenlijke voorzieningen en het Bartholomeus Gasthuis is er op de achtergrond, om op terug te vallen. Dat lijkt de heer van Leeuwen de ideale vorm van thuiszorg, en de stichting zoekt naar partners om een pand te vinden.

Gespreksleider Klaas Wiertzema
hoort voortdurend van allerlei initiatieven. De politiek kan daar een belangrijke regiefunctie in hebben, en dat is de conclusie die hij hieraan verbindt. Merken de bewoners daar voldoende van, van die regiefunctie van de politiek?

Frans ten Brink
heeft uit de toonzetting van de wethouders opgemaakt dat zij het gaan oppakken. Van wethouder Van Eijk heeft hij begrepen dat de gemeente de regiefunctie gat gaan voeren met ideeën van het Bartholomeus Gasthuis.

Wethouder Van Eijk
knikt bevestigend, en zegt dat de gemeente heel graag de regie voert maar dat er een scenario nodig is. Dat schrijven ze samen met andere partners. Maar hij heeft begrepen dat hij wordt uitgenodigd voor gesprekken.

Frans ten Brink
merkt op dat in het verleden niet zoveel van de gemeente werd gehoord waar het ging om ouderen in de binnenstad. Club Senioren Actief heeft aan de bel getrokken, dat heeft geholpen! (Leg dat maar vast)

Wethouder Harrie Bosch
was nog vergeten te zeggen – met een knipoog naar Wijk C – dat de gemeente met de corporatie heeft afgesproken om op drie plekken – waaronder de binnenstad – voorrang te gaan verlenen aan mensen in de eigen wijk. Dat is in prestatie-afspraken opgenomen, en met de gemeenteraad besproken en geaccordeerd. Dat is een positief punt, en de kans voor mensen om in de binnenstad te blijven in de sociale huursector is dus vergroot.En verder: levensloopbestendigheid van alles wat de gemeente nu regisseert. Dat is toezegging 1. (N.B. Toezegging) Toezegging 2: hoe kan de gemeente de voorraad in de binnenstad behouden en uitbreiden. Dat zal bekeken worden.(N.B. Toezegging)

Wethouder Van Eijk
belooft te gaan nadenken over woonserviceachtige voorzieningen hier in de binnenstad. Verder zal hij openstaan voor nieuwe ideeën van de wijkraad en Senioren Actief om – soms heel kleinschalig – de binnenstad toegankelijker en rollatorproof te maken. Want dat zijn suggesties die de bewoners het best kunnen aandragen.

Mw. Marianne Coopmans, Dienst Stadsontwikkeling
, stelt vast dat de winst van deze avond is dat mensen elkaar hebben ontmoet. Dat is ook onderdeel van de functie van de gemeente, om partijen bij elkaar te brengen. Zij hoopt dat men elkaar actief gaat opzoeken.

Wijkraadvoorzitter Han van Dobben
dankt ieder voor zijn bijdrage en positieve instelling. Het aantrekkelijke van de binnenstad is juist die functiemenging; houd dat in stand en bewaak dat.

Dank aan eenieder voor zijn of haar bijdrage, met name beide wethouders ook voor de openhartige wijze van discussiëren. Dank ook dat zij gebleven zijn. Graag applaus voor de organisatoren: An Dammerman, An Braat, en Corrie Huiding.

Iedere deelnemer krijgt het verslag van deze avond toegezonden.

Dit bericht is geplaatst in Wijkraadpleging. Maak dit favoriet op permalink.