Verslag discussie-avond over de Toekomst van de Binnenstad
2 april 2007, in de Lutherse kerk, Hamburgerstraat 9.
Avond georganiseerd door Wijkraad Binnenstad.
Voorbereidend materiaal oa boekje met Wijkvisie.
Inleiding door Han van Dobben, voorzitter van de wijkraad
Van de bespreking wordt een verslag gemaakt; dat verslag zal opgestuurd worden naar iedere belangstelllende.
Belangrijke informatie staat bovendien in het huis-aan-huis verspreide boekje over de "ambities voor de historische binnnenstad".
In dat boekje wordt een diversiteit in kwaliteit geconstateerd. Deze avond gaat vooral over het verhogen van de kwaliteit.
De rol van de wijkraad
De wijkraad is een adviesraad van het College van B&W. Het streven is om adviezen te kunnen uitbrengen voordat het College haar definitieve besluiten neemt. Daarover zijn afspraken gemaakt met de gemeente.
Daar ligt ook een belangrijk verschil met actiegroepen, die vaak beslissingen pas horen als deze al genomen zijn en dan alleen achteraf kunnen protesteren.Werkgebied van de wijkraad is de wijk zelf, we zijn niet stedelijk bezig. In de wijkraad hebben zizting: bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van organisaties die in de binnenstad actief zijn.
Han vermeldt nog nadrukkelijk dat de wijkraad geen onderdeel is van het gemeente-apparaat.
Aanleiding wijkvisie
De gemeente gaat dit jaar werken aan een neiuw bestemmingsplan voor de binnenstad. De wijkraad wil daarbij graag intensief worden betrokken. Leidraad bij die overleggen zal de Wijkvisie zijn zoals die nu op papier staat, aangevuld met de resultaten van ondermeer deze discussie-avond.
Bovendien staat er in Utrecht sowieso veel op stapel. De aanpak van het Stationsgebied heeft natuurlijk veel consequenties voor de binnenstad. Maar ook de ontwikkeling van Leidsche Rijn heeft gevolgen voor de binnenstad, bijvoorbeeld vanwege de vervoer- en verkeersstromen van en naar de binnenstad.Iemand in de zaal maakt zich zorgen over de termijn waarbinnen het bestemmingsplan wordt opgesteld en wil graag weten of er nog sprake is van serieuze inspraak. Han laat weten dat er nog veel ruimte is voor inspraak. De discussie zal vanavond plaatsvinden aan de hand van de thema’s die in de wijkvisie aan de orde komen. Per thema wordt een korte inleiding gehouden door een van de betrokken wijkraadleden, en daarna volgt steeds discussie aan de hand van stellingen.
Tijdens de discussie loopt Han in de zaal rond met een microfoon voor de vragenstellers.
Thema 1: Economie en Cultuur
Inleiding door Peter Zonderland
In de binnenstad is vooral sprake van kwantiteit. Er zijn veel mogelijkheden voor uitgaan, drinken, recreëren, ……
Belangrijke vraag is of de binnenstad moet doorgaan met groeien. Is het wel goed is als er steeds meer winkels komen, steeds meer horeca, ……?
Stelling 1:
De binnenstad heeft niet meer winkels en horeca nodig, maar wel betere.
Uit de zaal wordt de stelling onderschreven. Men wil in de binnenstad echter ook graag kleinschaliger bedrijven. Het gaat niet alleen om winkels en horeca maar ook om andere bedrijven.
Diversiteit is inderdaad erg belangrijk. Nu is er sprake van steeds meer grote en eenvormige bedrijven. Men wil liever meer en echt verschillende zaken. Het lijkt nu eenheidsworst te worden, met grootwinkelbedrijven, uitzendbureaus, belwinkels, ……Men constateert als belangrijk probleem dat de huur van de panden erg hoog is. Bepaald niet elk bedrijf kan dat opbrengen, en dat alleen al maakt het moeilijk om te komen tot diversiteit.
Er wordt verwezen naar de detailhandelsnota, waarin adviezen zijn opgenomen op diverse gebieden. Het is inderdaad belangrijk om te streven naar kleinschaligheid, maar de invloed van de gemeente is hierin zeer beperkt. Men kan maar weinig invloed uitoefenen op de hoge huren die voor een A-lokatie betaald moeten worden.
Vanuit organisaties voor kunst en cultuur is recent de notitie "Boter bij de Vis" aangeboden aan de verantwoordelijk wethouder. Culturele instellingen pleiten ervoor om stadspromotiegeld toe te voegen aan het budget voor cultuur, om daarmee Utrecht beter op de kaart te kunnen zetten op het gebied van cultuur.
Sowieso zou op stadspromotie veel nadrukkelijker ingezet moeten worden.
De inleider vraagt zich af de stadspromotie betekent dat we steeds meer mensen naar de binnenstad moeten halen. Misschien moet Utrecht zich wel meer richten op mensen die hier juist langer verblijven en bijvoorbeeld ook blijven overnachten.
Dus de vraag is niet alleen welke middelen ingezet worden, maar ook wat het doel eigenlijk is.Uit de zaal komen complimenten voor het boekje, dat knap werk genoemd wordt.
Bij het combineren van economie en cultuur is echter het groen helaas in de verdrukking gekomen. Vooral voor Zocherplantsoen en Simgelgebied is onderzoek nodig en een duidelijke beheervisie. Momenteel zijn daar grote achterstanden opgelopen, omdat de gemeente haar groen-beleid aan het minimaliseren is. We moeten aan de bel trekken om het Zocherplantsoen helder op de kaart te plaatsen. Misschien is het noodzakelijk om het Zocherplantsoen als geheel te gaan beschouwen, in plaats van dat het zoals nu is opgedeeld tussen verschillende wijken. Het moet gewoon één gebied worden met een aparte bestemming.
Han van Dobben benadrukt dat de wijkraad zich altijd inzet voor groen, en dat men met deze opmerkingen zeker wat zal doen.
We stappen over op horeca.
In de horeca is ook duidelijk sprake van verschillen in kwaliteit.Han vraagt de zaal of er meer en grotere horeca moet komen in de binnenstad. Daarbij zou je ook kunnen zeggen dat de grote horeca naar de andere kant van het spoor zou moeten. Uit de zaal komen geluiden dat door de horeca zelf en door de gemeente weinig rekening wordt gehouden met de bewoners. Een discotheek zou niet moeten worden toegestaan in de binnenstad, maar momenteel kan dat gewoon; er worden blijkbaar geen grenzen gehanteerd.
Door anderen wordt aangevuld dat ook de evenementen steeds meer overlast geven, vooral omdat het geluidsniveau steeds hoger wordt.
Utrecht evenementenstad? Een simpele peiling leert dat de helft van de aanwezigen van mening is dat er teveel evenementen zijn. Bewoners melden nadrukkelijk dat op Lepelenburg teveel evenementen plaatsvinden, met teveel overlast. Deze opmerkingen worden door veel aanwezigen ondersteund.
Ook bewonesr van de Breedstraatbuurt ondervinden veel overlast. Daar spreekt men echter van een permanent evenement, en daar is dus altijd sprake van overlast.
Stelling 2:
Het unieke karakter van de binnenstad moet meer nadruk krijgen.
Men vraagt zich af waarom Arnhem hoger op de culturele ladder staat dan Utrecht. Er gebeurt hier wel veel op cultureel gebied maar het is nu erg versnipperd.
Men acht de Culturele Zondagen een verrijking voor de stad.
De Neude was een evenementenplein, is nu horecaplein met af en toe een evenement. Het is niet duidelijk of men dat een vooruitgang vindt.
Over het algemeen vindt men evenementen prima, maar dan niet teveel overlast of helemaal geen overlast.
Thema 2: Wonen en Leefbaarheid
Inleiding door Chiel Rottier
Er zijn veelsoortige bewoners. Er is een veelsoortigheid in woningtypes. Er zijn veelsoortige voorzieningen. Welzijn, opvang, ontmoetingsruimtes, openbare ruimte. Alles hangt met elkaar samen.
De kwaliteit van de voorzieningen moet bewaakt worden, en er is dus een serieus beheer-beleid nodig. En er is meer aandacht nodig voor architectuur, groen, lucht.
Stelling 1:
De binnenstad is een studenten- en yuppen reservaat.
Vanuit de zaal wordt de neiging naar sociale scheiding geconstateerd. Rondom woningen van en voor rijkere bewoners verschijnen hekken.
.
Men constateert ook weinig nieuwe Nederlanders als bewoners in de binnenstad. Dat heeft wellicht te maken met de prijzen van woningen. In andere steden zie je dezelfde ontwikkeling. Ook uit onderzoeken blijkt dat de binnenstad voor allochtonen te duur is om te wonen.
Bovendien kan er niet veel meer bijgebouwd worden omdat er nog maar weinig ruimte is.De huizenprijzen en de hoogte van de huren worden bepaald door de vrije markt. De huidige binnenstad is blijkbaar behoorlijk in trek. De huren blijven daardoor hoog, en dus komen er steeds meer yuppen wonen.
De vraag is of daarbij sturing door de gemeente mogelijk en wenselijk is. Sociaal bouwen is inderdaad wel gewenst, maar we moeten onszelf niet inde staart bijten.
Stelling 2
We moeten de binnenstad levensloop bestendig maken.
Er ontstaat een discussie over de vraag of het levensloop bestendig maken hetzelfde is als het voor ouderen mogelijk maken om in de binnenstad te blijven Als voorbeeld worden studenten genoemd waarbij het niet zondermeer de bedoeling is dat ze hier hun leven lang kunnen blijven wonen. Na enige uitwisseling van opvattingen blijkt men het toch aardig eens te zijn.
Veel mensen die al lang in de binnenstad wonen, willen hier kunnen blijven. Men wil niet op de oude dag weggestuurd wonen. Er zijn op dit moment echter te weinig voorzieningen.
Er zijn wel beduidend meer woningen nodig voor minder draagkrachtigen die hier gewerkt hebben. Corporaties proberen die mensen helaas vooral buiten de binnenstad te plaatsen.Op een vraag van de inleider of er enige frictie is tussen verschillende bewonersgroepen wordt vanuit de zaal duidelijk gereageerd. Er zijn teveel voorzieningen voor verslaafden in de binnenstad, wordt geconstateerd door een bewoner van het Domplein. Een bewoner van Achter St. Pieter sluit zich daarbij aan. Teveel panden worden gebruikt voor zorgvoorzieningen.
Ondermeer door Altrecht zijn veel panden opgekocht. Die worden misschien niet direct voor verslaafden-opvang gebruikt maar het betreft wel huizen voor Begeleid Wonen. Vanuit die panden bevinden zich veel mensen op straat, maar die geven veelal geen overlast. Omdat echter met die mensen weinig of geen contacten zijn, verstoort het Begeleid Wonen de sociale cohesie in de buurt.
Vanuit de wijkraad wordt bezorgdheid uitgesproken over de expansiedrift van Altrecht. Men heeft panden opgekocht en voor tonnen opgeknapt, die nu in gebruik zijn voor onzelfstandige woongroepen.
In de binnenstad is veel opvang voor verslaafden, en veel opvang voor mensen met andere problemen. De zaal vraagt zich ernstig af waarom in de binnenstad het zorggehalte zo groot moet zijn. Met deze verslaafdenzorg en andere zorg ontstaat een bundeling van functies die niet goed is voor binnenstad.
Het gaat dan niet alleen om Altrecht maar ook om het Centrum Maliebaan, dat in het voormalige WKZ komt te zitten. Centrum Maliebaan houdt zich bezig met opvang voor verslaafden uit de hele regio. Hier zal straks dus sprake zijn van een afkickfabriek, waardoor toeristen en bewoners zullen worden weggejaagd.
Iets dergelijks wordt geconstateerd op het gebied van de coffee-shops. Ook daarbij is sprake van een onredelijk hoge concentratie in de binnenstad. De bezoekers van de coffee-shops geven veel overlast: hard rijdende en stevig remmende auto’s, parkeren op een willekeurige plek, radio hard aan, onbeschoft gedrag op straat….
De eigenaren van de coffee-shops doen wel hun best om de overlast te beperken, maar iets verder vanaf de shop blijven de klanten zich uiterst buurtonvriendelijk gedragen. In de Breedstraatbuurt is ook nog eens sprake van prostitutie en foute horeca.Dit zijn wel allemaal ernstige berichten. Zoals in de Zuidelijke Binnenstad een te hoge concentratie is van verslaafdenzorg, zo zijn in de Noordelijke Binnenstad veel teveel coffee-shops. Die onevenredig hoge concentratie van bepaalde functies doet de binnenstad absoluut geen goed.
Men verzoekt de wijkraad dringend om zich tegen deze concentratie op te stellen.
De vraag wat men doet met coffeeshops die in de buurt goed geaccepteerd worden, blijft nu even onbeantwoord.
Thema 3: mobiliteit.
Inleiding door Ben Nijssen.
Lopen is de primaire vorm van voortbewegen binnen de binnenstad. Voor vervoer naar de binnenstad zijn fiets en openbaar vervoer de aangewezen middelen.
Bij gebruik van de auto is de cruciale vraag wie waar nou eigenlijk zijn/haar auto mag parkeren.
Hoewel de voetganger belangrijk is, krijgt deze toch alleen maar de restruimte, de ruimte die over is nadat alle andere verkeersgebruikers aan de beurt zijn geweest.Momenteel gaat de fiets in de binnenstad overheersen. Het grootste probleem lijkt nu vooral te zijn waar de fiets gestald kan/mag/moet worden.
Stelling 1:
Je moet je fiets overal in de stad kunnen stallen.
Vanuit de zaal wordt geklaagd dat voetgangers zomaar op straat lopen in plaats van op de stoep. Er wordt gereageerd met de opmerking dat de voetgangers juist van de stoep af gejaagd worden door terrassen, winkeluitstallingen en ………… geparkeerde fietsen.
Er wordt beaamd dat willekeurig geparkeerde fietsen een toenemende plaag vormen. Verwezen wordt naar Maastricht waar men in het voetgangersgebied geen fietsen mag neerzetten.
In de Utrechtse binnenstad moeten sowieso meer stallingplekken komen. Pas als er betere stallingfaciliteiten zijn, zullen bruggen en leuningen worden ontzien. In dat geval moeten fietsers wel gewezen worden op de eventuele verplichte fietsenstallingen.
De communicatie over dat soort zaken laat in Utrecht nogal te wensen over. In Maastricht ontvangt men in de trein een flyer met informatie over afspraken waarmee men als fietser te maken heeft.
Behalve met de gestalde fietsen heeft men ook veel moeite met de fietsen die helemaal niet meer gebruikt kunnen worden, de fietswrakken. De gemeente zou daar strenger op moeten zijn en fietswrakken eerder moeten weghalen. Iemand wijst op de periododieke fietswrakken-acties van de gemeente, die in Ons Utrecht worden aangekondigd. Op 17 april is er weer zo’n actie in de binnenstad. De ervaring lijkt te zijn dat het melden van wrakken effectief is.
Stelling 2:
Bevoorrading gaat straks alleen nog via Stadsvracht met electrische karretjes.
Hier wordt gedoeld op het goederenvervoer naar grootwinkelbedrijven.
In de zaal wordt opgemerkt dat er ook aandacht moet komen voor het vervoer van aangekochte artikelen naar de plaats waar de auto van de aankoper staat geparkeerd, of naar een centrum waar de aangekochte goederen door de koper kunnen worden afgehaald.
In de zaal wordt geconstateerd dat de binnenstad voor bezoekers niet erg bereikbaar is. Het is moeilijk om te komen waar je moet zijn. Bezoekers weten de weg niet goed, maar er zijn ook te weinig parkeerplaatsen voor bezoekers van bewoners. Bovendien zijn de beschikbare parkeerplaatsen te duur.
Anderen stellen dat het parkeerprobleem wel mee valt. Volgens deze mensen is het meer een communicatieprobleem. Mogelijkheden voor bezoekers moeten beter uitgelegd worden.
Er zijn trouwens wel vorderingen op dat gebied. Nu nog wordt een paar minuten parkeren van de bezoekerspas afgeschreven als een heel uur, en dat gaat binnenkort veranderen.Sommigen hebben het vermoeden dat bedrijven meer kunnen regelen over parkeermogelijkheden dan de bewoners. Dat zou niet zo moeten zijn.
Er wordt nog gesuggereerd om parkeervoorzieningen optimaler te gaan benutten. Zo is er aan de Korte Nieuwstraat een parkeergarage van de gemeente die in de avond en in het weekend leeg is. Juist dan zou deze gebruikt kunnen worden voor bewoners en bezoekers.
Thema 4: Veiligheid.
Inleider: Gert Sjoerd Kuperus
Vaak zijn we ons niet eens bewust van onveiligheid. In sommige situaties worden we er ineens mee geconfronteerd, zoals bv bij het trap-ongeluk.
Veiligheid is bovendien erg subjectief.
Veiligheid heeft te maken met verkeer, criminaliteit, alcohol, ………
Omdat het zo complex is, is er een integrale aanpak nodig. Alle onderwerpen moeten in samenhang worden bekeken, en communicatie tussen de betrokkenen is daarbij erg belangrijk. De toezichthouders zullen ook beter moeten communiceren met de bewoners.
Er worden ook veel zaken nog onderschat. Zo komen er jaarlijks miljoenen toeristen naar Utrecht. Kan de stad dat aan? Is er een rampenplan?
Het is elke zaterdagmiddag erg druk in de binnenstad. Wat gebeurt er als dan iets misgaat?Naast communicatie is er het probleem van toezicht, om te zorgen dat iedereen zich aan de regels en afspraken houdt. Weliswaar worden bv voor evenementen vergunningen uitgegeven en regels gesteld, maar de handhaving van de regels laat sterk te wensen over.
Stelling 1: Camera-toecht en preventief fouilleren moet kunnen in de hele binnenstad.
De zaal is hierover verdeeld. Men acht het niet haalbaar om dat overal te doen. Bovendien is het lang niet overal noodzakelijk
Sommigen vragen zich af waarom de gemeente wel banen heeft voor preventief fouilleren, maar blijkbaar niet om geluidsoverlast op te lossen. Inzet op ander gebied dan fouilleren, bv een luidruchtige ruzie, laat soms lang op zich wachten.Bijkomend probleem is dat camera-gebruik alleen serieus te nemen is als de beelden daadwerkelijk worden bekeken. Sommigen vinden camera-toezicht en preventief fouilleren beide symbool-maatregelen. Men wil liever dat op straat beter wordt gesurveilleerd.
Anderen zijn erg blij met vooral het camera-toezicht dat duidelijk een preventieve werking heeft voor het gedrag van bezoekers.
Daar wordt tegenin gebracht dat buiten het oog van de camera’s de overlast weer net zo hard verder gaat.
Afsluitende conclusie lijkt te mogen zijn dat er twijfels zijn aan het nut van preventief fouilleren, dat camera-toezicht nuttig lijkt, maar onvoldoende is om de problemen echt op te lossen.
Stelling 2:
We zijn tolerant dus we gunnen elke groep zijn eigen plek in de binnenstad.
De zaal begint hier een beetje van te steigeren. Men is van mening dat sowieso teveel zaken in de binnenstad worden geplaatst. Denk aan de eerder besproken verslaafdenzorg die sterk aanwezig is in de Zuidelijke Binnenstad. Denk ook aan de overmaat van coffee-shops in de Noordelijke Binnenstad. Men vindt het een slechte zaak dat allerlei zaken gewoon in de binnenstad worden geplaatst. We zijn best tolerant, maar teveel zaken spelen zich op straat af. Een eigen plek zou vaker gewoon binnen moeten zijn. Nu is er af en toe sprake van een buiten-disco en dat gaat te ver.Het begrip goede hangplekken wekt enige wrevels. De hangjongeren zorgen op sommige plaatsen voor veel te veel overlast. Op het Lepelenburg zijn ze vanaf middernacht nadrukkelijk aanwezig, vaak tot ongeveer 3 uur ’s nachts. En daar wordt ook gedronken, ondanks een alcohol-verbod.
De hangjongeren zijn vaak Marokkanen. Vanuit de zaal wordt gevraagd of iemand van Cumulus aanwezig is? Er komt geen reactie.
De voorzitter meldt nog dat het gemeente-beleid aangaande hangjongeren zal worden herzien. Het is duidelijk dat de hangjongeren uit diverse wijken komen, en vaak niet eens uit de binnenstad. Vanuit de zaal wordt nog nadrukkelijk een compliment aan de wijkraad gegeven voor de manier waarop de discussie-avond is voorbereid, met name met het fantastische boekje.
Afsluiting
De voorzitter sluit af met de opmerking dat de bezoekers welkom zijn op de website van de wijkraad en dat we iedereen graag terugzien op volgende bijeenkomsten.
Voor een goed vervolg blijft inbreng door de bewoners noodzakelijk.
Iedereen kan nog napraten onder genot van een drankje en een hapje.
